Rijtest Toyota RAV4 Plug-in Hybrid
28 september 2026…gemaakt voor het echte leven
De nieuwe Toyota RAV4 probeert van niemand avontuurlijker mens te maken, al zou je dat op grond van zijn stoere looks niet zeggen. Hij geeft je een ruime achterbank, een grote laadruimte, comfortabele stoelen, veel opbergmogelijkheden en een bediening die iedereen binnen enkele minuten begrijpt. En dat is precies de reden waarom de RAV4 al zes generaties lang zo succesvol is: Toyota heeft bij de ontwikkeling niet één bepaalde levensstijl als uitgangspunt genomen, maar het leven zelf. ‘Life is an adventure’ was het motto tijdens de ontwikkeling. Een jong gezin, opgroeiende kinderen, volwassen passagiers, een caravan, lange vakantieritten of simpelweg veel dagelijkse kilometers; de RAV4 past zich moeiteloos aan. Na een week rijden begrijp je bovendien waarom zoveel eigenaren hun Toyota jarenlang houden. Deze auto doet weinig om je op het eerste gezicht te verrassen, maar steeds meer om me onderweg voor zich te winnen.
Importeur Louwman en Paqui heeft besloten om de RAV4 in Nederland alleen als Plug-in Hybride te leveren. De reguliere hybride zou door zijn hogere officiële CO₂-uitstoot en de Nederlandse belastingregels uiteindelijk duurder worden dan de PHEV. Kopers kunnen wel kiezen tussen voorwielaandrijving en elektrische vierwielaandrijving. De eerste heeft een systeemvermogen van 200 kW (272 pk), terwijl de AWD-i dankzij een extra elektromotor op de achteras tot 227 kW (309 pk) komt. Ik reed met die laatste versie, die niet alleen aanzienlijk sneller is, maar vooral interessant wordt wanneer er serieus getrokken moet worden: de voorwielaangedreven RAV4 mag 800 kilogram meenemen, tegenover 2.000 kilogram voor de AWD-i.
Vertrouwde hybridetechniek
Onder de grote maar verrassend lichte motorkap ligt Toyota’s bekende 2,5-liter viercilinder uit de A25A-FXS-familie. Deze atmosferische motor draait volgens het Atkinson-principe en heeft een compressieverhouding van 14,0:1. Toyota combineert directe injectie met poortinjectie, onder meer om de inlaatkleppen schoon te houden, terwijl een aanzienlijke hoeveelheid uitlaatgasrecirculatie helpt om de verbrandingstemperatuur en verbrandingssnelheid te beheersen. Deze motorfamilie wordt al sinds 2017 gebruikt en is in de tussentijd verder verfijnd, het resultaat is een probleemloze en doorontwikkelde aandrijflijn waar je blindelings op kunt vertrouwen. De techniek heeft zich ruimschoots bewezen en de overgang tussen elektrisch en hybride rijden verloopt bijzonder soepel. De 22,7 kWh grote lithium-ionaccu kan met maximaal 11 kW wisselstroom worden geladen. Snelladen kan met maximaal 50 kW, waarbij Toyota ongeveer een halfuur opgeeft voor 10 tot 80 procent. Daarmee is de RAV4 een van de PHEV’s waarmee een korte laadstop onderweg daadwerkelijk zin heeft.
Toyota geeft afhankelijk van uitvoering en aandrijving een elektrisch bereik van ruim 120 tot ongeveer 137 kilometer op. In stedelijk verkeer en onder gunstige omstandigheden is zo’n afstand voorstelbaar, maar tijdens mijn langere snelwegrit kwam ik uit op ongeveer 90 kilometer. Voor een grote, zware plug-in hybride vind ik dat nog steeds heel behoorlijk. Over de volledige testperiode noteerde ik een elektrisch verbruik van gemiddeld 17,4 kWh per 100 kilometer.
Of de PHEV financieel aantrekkelijk is, hangt sterk af van de mogelijkheid om betaalbaar te laden. In mijn eigen omgeving zijn openbare laadpunten niet alleen schaars, maar soms ook buitengewoon duur. Bij een recente laadsessie, waarbij de auto ’s nachts aan de paal bleef staan, liep het uiteindelijke tarief door aanvullende kosten op tot ongeveer € 1,70 per kWh. Onder zulke omstandigheden zou ik persoonlijk liever voor de reguliere hybride kiezen, en die keuze biedt Toyota in Nederland nu juist niet. Wie thuis of op het werk tegen een normaal tarief kan laden, haalt vanzelfsprekend veel meer voordeel uit de grote accu. Let wel: ook wanneer je een PHEV niet (regelmatig) oplaadt is hij doorgaans net zo zuinig als een vergelijkbare hybride. Een goed voorbeeld hiervan is Toyota’s C-HR PHEV die ik vorig jaar reed, op een reis van meer dan 3.000 kilometer bleek de PHEV zuiniger dan de reguliere hybride, zonder tussentijds op te laden.
Een bijna vierkante laadruimte
De praktische kwaliteiten worden direct zichtbaar zodra de achterklep opengaat. De elektrische klep beschikt in de First Edition over een voetsensor, maar belangrijker is de vorm van de laadruimte. Die is breed, vrijwel vierkant en gemakkelijk te benutten. Met de achterbank omhoog biedt de PHEV 446 liter tot aan het afdekzeil en 672 liter wanneer tot het dak wordt gemeten. Na het neerklappen van de achterbank ontstaat 1.619 liter ruimte. De vloer wordt lang genoeg om met twee personen in de auto te kunnen slapen.
Onder de bagagevloer is nog enige ruimte voor een reparatieset, gevarendriehoek en wat kleinere spullen, maar veel reserve blijft er niet over. De elektromotor op de achteras van deze AWD-i neemt daar een gedeelte van de beschikbare hoogte in beslag. De laadkabels worden daarom in een losse tas of mand opgeborgen. Het is geen elegante oplossing, maar de laadruimte zelf is zo bruikbaar dat ik daar in het dagelijks gebruik weinig hinder van zou ondervinden.
Arene brengt Toyota een grote stap verder
Het belangrijkste nieuws bevindt zich voorin. De RAV4 is de eerste Toyota met het nieuwe Arene-platform, dat volledig binnen Toyota is ontwikkeld. Als je Big Tech buiten de deur wilt houden, dan is dit een uitgelezen kans – Android Auto en CarPlay zijn aanwezig, maar je kunt met Arene prima zonder. Het infotainmentsysteem reageert snel, heeft grote en goed leesbare pictogrammen en beschikt over voldoende reken- en ontwikkelruimte voor toekomstige functies en draadloze updates. Voor mij zit de vooruitgang niet alleen in de snelheid, maar vooral in de manier waarop Toyota over de bediening heeft nagedacht. De snelheidswaarschuwing kan via een directe knop worden uitgeschakeld. Voor de rijstrookassistent zijn enkele extra handelingen nodig, maar dankzij het responsieve scherm kost dat nauwelijks tijd. Onder het display zit bovendien een rand waarop ik mijn hand kan laten rusten, zodat ik tijdens het rijden niet met een zwevende vinger op een pictogram hoef te mikken. De bediening van de stoelverwarming en stoelventilatie kan nog iets directer, maar ook daar zijn de grote knoppen een duidelijke verbetering ten opzichte van sommige andere recente systemen.
Toyota heeft gelukkig niet geprobeerd alle functies in het touchscreen onder te brengen. De klimaatregeling, ruitverwarming, rijmodi, EV-instellingen en verschillende camerafuncties hebben fysieke schakelaars. Ook de conventionele knoppen voor ramen en spiegels zijn gebleven. De oude Toyota-keuzehendel heeft plaatsgemaakt voor een compact schakelaartje, dat klein is maar wel een stevige, duidelijke bediening heeft.
Geen luxe om de luxe
Het interieur bestaat voor een groot gedeelte uit grijze en vrij harde kunststoffen. Wie vooral zachte materialen en decoratieve bekleding zoekt, zal bij Lexus beter worden bediend. Ik beschouw die materiaalkeuze in de RAV4 echter niet als een belangrijk nadeel. Alles zit zorgvuldig in elkaar, voelt degelijk aan en is gekozen met langdurig gebruik in gedachten. Dit is een interieur dat tegen een gezinsleven moet kunnen, niet een showroom die na de eerste kras zijn aantrekkingskracht verliest. De praktische indeling is uitstekend. De deurvakken zijn groot, de handgrepen zijn diep en overal zijn kleine vakken en houders te vinden. Tijdens mijn eerste rit raakte ik de autosleutel zelfs kwijt nadat die onzichtbaar diep in een van de opbergvakken was gegleden. Ook voor flessen en telefoons is meer dan genoeg ruimte, terwijl twee goed bereikbare USB-C-aansluitingen elk 15 watt leveren.
De middenarmsteun kan aan beide kanten worden geopend en zelfs volledig worden verwijderd, waarna een kunststof plateau overblijft dat eventueel als klein tafeltje is te gebruiken. Het idee is slim, al voelt de constructie minder solide aan dan de rest van het interieur. Mijn testauto had verder een verwarmde voorruit, head-updisplay, stoelventilatie en een groot panoramadak. Vooral bij de verwarmde voorruit zou ik rekening houden met de vervangingskosten wanneer er ooit steenslag ontstaat. Gelukkig heeft Toyota ook aan een veel eenvoudiger voorziening gedacht: boven mijn hoofd zit gewoon een vakje voor de zonnebril. De voorstoelen zijn bijzonder comfortabel en bieden veel verstelmogelijkheden. Het zitvlak had voor mijn benen iets langer mogen zijn, maar tijdens langere ritten bleef de ondersteuning uitstekend. De elektrisch verstelbare stoel schuift bij het in- en uitstappen automatisch naar achteren, wat de toegankelijkheid verder verbetert.
Volwaardige ruimte achterin
Op de achterbank merk ik opnieuw dat Toyota de RAV4 niet rond een specifiek type koper heeft gebouwd. Met mijn lengte van 1,75 meter houd ik achter mijn eigen zitpositie veel beenruimte over, terwijl ook de hoofdruimte royaal is. De achterbank is tamelijk vlak maar comfortabel en de rugleuning kan verder achterover worden gezet. Lange volwassenen kunnen hier zonder problemen een lange reis maken. Achterpassagiers beschikken over twee USB-C-aansluitingen, eigen ventilatieroosters en een middenarmsteun met twee bekerhouders. De gordel van de middelste zitplaats komt uit de rugleuning en niet uit het dak, zodat hij bij het neerklappen van de bank niet in de weg hangt. De grote zijruiten zorgen bovendien voor veel licht en goed zicht naar buiten, wat vooral prettig is voor kinderen die gevoelig zijn voor wagenziekte.
Mijn voornaamste kritiek betreft de achterportieren. Die openen tot ongeveer 75 graden, terwijl een hoek van bijna 90 graden de toegankelijkheid aanzienlijk zou verbeteren. Bij het plaatsen van een kinderzitje of helpen van een minder mobiele passagier wordt juist die extra ruimte gemist. Voor een auto die op zoveel andere punten uitblinkt in praktisch gebruik is dat een opmerkelijke beperking.
Een auto die meteen vertrouwd voelt
Tijdens de eerste kilometers maakt de RAV4 niet direct een uitgesproken indruk. De besturing is niet overdreven scherp of vaag, het onderstel wil geen sportieve ambities bewijzen en de aandrijflijn vraagt geen gewenning. Toch kristalliseert heel snel een beeld van een uitgekiende en tot in detail uitgedachte auto. Gasrespons, rembediening, besturing en onderstel zijn zo op elkaar afgestemd dat de RAV4 vrijwel direct vertrouwd aanvoelt. Je zou hem bij de dealer kunnen ophalen en het gevoel hebben dat je er al jaren mee rijdt. Die voorspelbaarheid betekent niet dat de auto afstandelijk reageert. Op een smalle weg, met weinig ruimte en een angstige kat langs de berm, wist ik precies welke reactie ik kon verwachten wanneer een snelle correctie nodig zou zijn. De RAV4 geeft geen nadrukkelijk communicatief onderstel of besturing, maar doet nauwkeurig wat ik vraag. Daarmee is hij toegankelijk voor een zeer brede groep bestuurders, zonder vaag of onverschillig aan te voelen.
Ook de adaptieve cruisecontrol is prettig afgestemd. In de Eco-stand anticipeert het systeem rustig op ander verkeer. Zelfs zonder ingeschakelde cruisecontrol gebruikt de auto informatie over voorliggers om bij het loslaten van het gaspedaal de regeneratie aan te passen. De vertraging verschilt daardoor per situatie, maar voelt verrassend natuurlijk aan. Waar Toyota wel nog eens naar mag kijken is de hoeveelheid waarschuwingen. Veel assistentiesystemen zijn eenvoudig uit te schakelen, maar de RAV4 vindt altijd wel iets anders om onder mijn aandacht te brengen. Tijdens een rit meldde de bestuurdersmonitor ineens dat zijn werking beperkt was doordat ik een zonnebril droeg, hoewel die bril al de hele rit op mijn neus stond. Toyota mag wat mij betreft iets meer vertrouwen hebben in de bestuurder en de meldingsdrang terugbrengen. Wie vaker Japans of Koreaans rijdt, zal er waarschijnlijk sneller aan wennen.
Welke RAV4 zou ik kiezen?
De Nederlandse prijzen beginnen net onder de € 50.000 en lopen afhankelijk van aandrijving, uitvoering en opties op tot bijna € 61.000. Daarmee is de RAV4 geen goedkope auto. Toyota’s behouden wel goed hun waarde en veel eigenaren rijden er langdurig mee, waardoor alleen de aanschafprijs niet het volledige verhaal vertelt. Mijn voorkeur gaat uit naar een van de lagere uitvoeringen. Daarmee blijft vrijwel alles behouden wat de RAV4 zo aantrekkelijk maakt: ruimte, degelijkheid, gebruiksgemak en een bewezen aandrijflijn. Hogere uitvoeringen voegen vooral comfort en luxe toe, maar ook meer technische complexiteit, kostbare onderdelen en mogelijk hogere verzekeringskosten. Dat laatste verdient aandacht, omdat de vorige generatie nadrukkelijk in de belangstelling van autodieven stond en onder meer via CAN-injection werd gestolen. Toyota heeft de beveiliging verbeterd, maar ik zou voor aanschaf nog altijd controleren welke aanvullende eisen de verzekeraar stelt.
Wie een zware aanhanger of caravan gebruikt, heeft een duidelijke reden om de AWD-i te kiezen. Zonder die noodzaak is de voorwielaangedreven versie lichter, minder kostbaar en nog altijd bijzonder krachtig. Persoonlijk zou ik, wanneer de Nederlandse markt die mogelijkheid bood, ook serieus naar de reguliere hybride kijken. Voor bestuurders die thuis voordelig kunnen laden en veel dagelijkse ritten elektrisch afleggen, is de PHEV daarentegen een overtuigende combinatie.
Vooral aandacht voor de inzittenden
De zesde generatie Toyota RAV4 is niet de auto die tijdens een korte proefrit de meeste aandacht opeist. Hij toont zijn kwaliteit pas wanneer ik boodschappen meeneem, volwassenen op de achterbank zet, door druk verkeer rijd, op de snelweg kilometers maak en na afloop ontdek hoeveel kleine handelingen moeiteloos zijn verlopen. Toyota heeft ruimte, ergonomie, aandrijflijn en bediening samengebracht in een auto die onmiddellijk vertrouwd voelt. Juist daardoor is de RAV4 opnieuw geschikt voor opvallend veel verschillende mensen en levensfasen. Het interieur mag wat zakelijk ogen, de achterportieren zouden verder mogen openen en de elektronische waarschuwingen mogen minder nadrukkelijk aanwezig zijn, maar die punten veranderen mijn oordeel niet wezenlijk. Dit is een bijzonder goede, doordachte en bruikbare auto. De RAV4 verkoopt geen levensstijl; hij geeft vooral ruimte aan het leven dat zijn eigenaar al heeft.







