Reistest Mazda CX-30

Reistest Mazda CX-30

17 augustus 2026 Uit Door Arnold

Zeven jaar oud alweer, en dat is de Mazda CX-30 niet aan te zien. Hij opereert in een ontzettend competitief marktsegment waarin elk van zijn concurrenten nieuwer en moderner is. Toch weet Mazda de CX-30 zonder al te veel moeite aan de man te brengen. Dankzij modeljaarupdates blijven Mazda’s goed bij de tijd, en dankzij het Kodo-design oogt de CX-30 geenszins gedateerd. Growing old gracefully. Voor Carnold zelf geldt dat in mindere mate: dit jaar stond the big Five-O op de verjaardagskalender. Mijn verjaardag vier ik nooit, maar ik grijp de datum altijd wel aan om te doen wat ik het liefste doe: de bergen in. Twee jaar geleden deed ik dat met de Subaru Forester op de Stelvio, dit jaar staat de bekende driepassentocht op de planning. De CX-30 is deze keer mijn verjaardagsmobiel.

Een sociaal-economisch grens-experiment

Een echte vakantie stond er dit jaar niet op het programma, maar een familiebezoek bracht ons in Rheinfelden. Dit is een dubbelstad die in Duitsland en Zwitserland ligt; de Rijn scheidt de stad in tweeën. Het Duitse deel telt zo’n 33.000 inwoners, aan de Zwitserse zijde is dat een kleine 14.000.
De Duitse en Zwitserse stadsgenoten leven enigszins op gespannen voet. De Duitse deelstaat Baden-Württemberg is niet bijzonder rijk en de lage- en middeninkomens hebben er een lagere koopkracht dan elders in Duitsland. Dit komt omdat de supermarkten van de bekende discounters (Aldi, Lidl, Kaufland) de prijzen hebben opgedreven vanwege de aanzienlijk rijkere Zwitserse stadsgenoten die goedkoop boodschappen komen doen over de Rijn. Een wandeling door het Duitse deel van Rheinfelden voelt dan ook als een groot sociaal-economisch experiment. Op de parkeerplaats van de Lidl staan doorsnee-auto’s met een Duits kenteken pal naast splinternieuwe topklasse auto’s met een Zwitsers kenteken. De grootste ergernis van de Duitsers is echter de wachttijd bij de kassa’s die hun Zwitserse stadsgenoten veroorzaken. Niet alleen kopen ze karrenvol, maar ze vragen ook om een btw-teruggaveformulier. Dat is in het bureaucratische Duitsland – ook aan de kassa – een tijdrovende klus.

De legendarische driepassentocht

Om het nuttige met het aangename te combineren (hoewel het familiebezoek ook erg leuk was) hadden we vooraf een tweetal uitstapjes naar Zwitserland gepland. Vanaf ons vakantiehuisje was het slechts vijf minuten rijden naar de grens. Een van de uitstapjes die al jarenlang op mijn wensenlijstje staat, is het rijden van de drie passen: de Sustenpas, de Grimselpas en de Furkapas. Het is weliswaar het Zwitserse equivalent van de Elfstedentocht voor toeristen in Fryslân, maar als je maar zelden in Zwitserland komt en van bergen houdt, is het een absolute must.
De CX-30 is een auto die we al eerder geprobeerd hebben in de Alpen, maar de driepassentocht is toch andere koek dan een enkeltje Grossglockner Hochalpenstrasse. Het is in elk geval een prima reisauto, zeker met de SkyActiv-X motor. Over de 800 kilometer lange rit van huis naar ons vakantieadres bleek deze motor behoorlijk zuinig te zijn: met een gemiddelde snelheid van 130 km/u lag het verbruik op 5,6 liter per 100 kilometer. Qua motorkarakteristiek is de 140 pk sterke SkyActiv-G ook een heel fijn motorblok voor de lange afstand, maar de bijzondere techniek van de SkyActiv-X vertaalt zich wel in een duidelijk lager brandstofverbruik. En op hogere snelheid (of bij een zwaardere belading) neemt de ‘X’ duidelijk een voorsprong op de atmosferische 2,5-liter motor. Het grote verschil tussen de G en de X is het motorkarakter: de 2,5-liter heeft veel koppel bij lage toerentallen en leent zich voor een soepele, comfortabele rijstijl. De SkyActiv-X komt pas tot leven boven de 3.000 toeren en draait gretig naar het rode gebied van de toerenteller. De X is een motor die graag wil werken en het beste tot zijn recht komt in combinatie met een handbak. De oplettende lezer ziet dat onze CX-30 voor deze trip voorzien is van een automatische versnellingsbak. Tijdens de rit over de drie passen heb ik dan ook vooral de schakelflippers achter het stuur gebruikt. De enige tekortkoming van deze motor-transmissiecombinatie is de reactietijd van de versnellingsbak als de motor moet versnellen vanuit lagere toerentallen.

Pas 1: De Sustenpas

Net over de grens doen we een opvallende observatie: zodra de Zwitserse boodschappenauto’s terug over de grens zijn, rijden de bestuurders plotseling voorbeeldig. De voorrangnemende, foutparkerende automobilisten die we een kwartier eerder bij de Lidl zagen, zijn in eigen land modelbestuurders. Hoe het ook zij, het verkeer in Zwitserland is rustig, voorspelbaar en bijzonder overzichtelijk. De snelheidslimiet wordt zeer strikt nageleefd, waardoor de waarschuwingspiep van de snelheidsmonitor tijdens deze rit werkloos is. Desondanks heb ik hem wel uitgeschakeld, omdat dit in de Mazda CX-30 slechts één knopdruk vergt. Hulde Mazda! Na dik twee uur rijden bereiken we het plaatsje Wassen, waar voor ons de Sustenpas begint. Wassen ligt aan de Gotthard-route, en net voor de tunnel verlaten we de snelweg om het dorpje in te rijden. Het begin (of het einde) van de pas is overigens makkelijk te missen. De afslag tegenover de kerk voert richting een spoorbrug waar de pas feitelijk begint. De Sustenpas werd tussen 1938 en 1945 aangelegd om de kantons Uri en Bern te verbinden. Al redelijk snel bereiken we de parkeerplaats Gorezmetteln, waar de boomgrens eindigt en de weg overgaat in hoogalpien gebied. Vanuit deze rijrichting vergt het slechts twee haarspeldbochten (wel met het nodige klimwerk) om op het hoogste punt van de pas te komen, op 2.224 meter. En hoewel het volop zomer en zomervakantie is, is het erg rustig op de top. Wat verder opvalt, is dat het verkeer op de pas erg rustig, maar wel vlot rijdt. Motorrijders en auto’s zitten elkaar niet in de weg.

De Sustenpas is een mooie opwarmer voor automobilisten en motorrijders die niet erg ervaren zijn in het rijden op steile hellingen en in krappe bochten. Zoals gezegd is er maar een klein aantal haarspeldbochten en is de weg goed te overzien. Als je in een wat oudere auto rijdt zonder turbomotor, zul je merken dat het motorvermogen gaandeweg lager wordt door de ijlere lucht. Bovendien moet je je versnelling goed kiezen; de derde versnelling is de bovengrens in de klim. Voor ‘onze’ CX-30 was het een walk in the park, omdat de SkyActiv-X een compressor heeft die voor voldoende inlaatdruk zorgt. Voor het afdalen geldt ongeveer hetzelfde: een lage versnelling kiezen en niet te veel remmen.

Pas 2: De Grimselpas

De reden dat de Sustenpas och de Grimselpas vaak tezamen (met de Furkapas) worden gereden, is dat beide passen in het plaatsje Innertkirchen samenkomen. Zodra je in het dorp aankomt ga je over het spoor linksaf, en daarmee zit je direct op de route naar de Grimselpas. Op deze route ligt Restaurant Hotel Urweid, een echte aanrader voor een goede maaltijd of een koffiestop. Of voor verjaardagsgebak. Tijdens onze koffiepauze zagen we twee brommerrijders uit België voorbijkomen, die we eerder al op de top van de Sustenpas zagen. Het type brommer herkende ik niet meteen, maar het deed me aan een Puch of Tomos denken. Waarschijnlijk waren ook zij onderweg om de drie passen te rijden, waarvoor respect!

 

Ook op de tweede pas was het relatief rustig. De klim omhoog gaat door diverse galerijen en tunnels, waardoor je veel mist van de hoeveelheid meters die je klimt. Plotseling rijd je uit een tunnel, draait om een bergwand en voor je rijst een enorme betonnen muur op. Het is een van de twee grote stuwmeren naast de Grimselsee. Na nog 10 minuten klimmen is de pashoogte op 2.164 meter bereikt. Hier is het wel een drukte van jewelste en kun je over de koppen lopen. Honderden meters verder, bij Planggerli, is wel een plekje vrij om de benen te strekken en om de Mazda even te laten afkoelen. De CX-30 heeft geen noemenswaardige inspanning hoeven leveren om ons op de pashoogte te brengen; het verbruik is zelfs gedaald tot 5,5 liter per 100 kilometer.

De rust en ruimte zijn op deze plek adembenemend – het is een plek die iedereen voorbijrijdt. Maar de rust en reinheid worden plotseling verstoord door een immense zwarte rookwolk en een luid klinkende stoomfluit. In het dal rijdt de stoomtrein van de Furka-Bergstrecke richting de Furkapas. Kennelijk is deze omgeving niet alleen een walhalla voor auto- en motorrijders, maar ook voor treinliefhebbers. Tijdens onze afdaling vanaf de Grimselpas kijken we dan ook onze ogen uit.

Pas 3: De Furkapas

Tijdens onze afdaling vanaf de Grimselpas is goed waarneembaar waar de stoomtrein rijdt; de rookwolk en fluit zijn niet te missen. Na een afdaling van twintig minuten komen we aan in Gletsch, waar de Grimselpas eindigt op een kruising. Sla je hier linksaf, dan begint de Furkapas meteen. Op de relatief korte klim naar de pashoogte is het aanzienlijk drukker dan op beide eerdere passen. De reden hiervoor is simpel: een belangrijk deel van de James Bond-film Goldfinger is hier opgenomen. Al na een kwartier passeren we het wereldberoemde (en leegstaande) Hotel Belvédère. Nagenoeg iedere bestuurder die dit markante hotel passeert, probeert zijn of haar voertuig hier te fotograferen.

Toch is er meer te zien op de Furkapas, hoewel één detail niet direct zichtbaar is: de Europese waterscheiding. De Furkapas vormt namelijk de scheidslijn in het stroomgebied van rivieren die uitmonden in de Noordzee en de Middellandse Zee. Op de pashoogte (2.431 meter) is het aanzienlijk rustiger dan bij Hotel Belvédère, en bovendien staat er een prima eettent. Tijd voor een uitgebreide pauze en een nadere beschouwing van deze markante Zwitserse bergpas, die wellicht de bekendste van het land is. De Furkapas werd al door de Romeinen gebruikt en kreeg in de dertiende eeuw een belangrijke functie voor de Walser-migranten die het dal introkken; zij gebruikten de pas om hun koopwaar te transporteren. In de negentiende eeuw erkende de Zwitserse overheid het economische en strategische belang van de Furkapas. In 1864 werd begonnen met de aanleg van een brede, verharde weg – de pas in zijn huidige vorm – die in twee jaar tijd werd afgerond. Dat bracht ook het nodige toerisme op gang, met name naar de Rhônegletsjer. Die reikte indertijd tot aan het dorpje Gletsch, maar is inmiddels bijna helemaal verdwenen.

Rijrichting bepaalt het rijplezier

Tijdens de pauze raak ik aan de praat met een Tsjechisch stel dat de driepassentocht op de motor rijdt. Ik merk op dat het verkeer op de pas heel rustig is, terwijl het op de pashoogte telkens smoordruk is. Zij hebben de logische verklaring voor deze waarneming: nagenoeg iedereen rijdt deze route in de volgorde Furka – Grimsel – Susten (tegen de klok in). Als je de route in de andere richting rijdt, zoals wij en zij, dan is het verkeer onderweg aanzienlijk rustiger. De totale route is zo’n 120 kilometer lang en neemt zo’n 3 uur in beslag. Omdat we her en der de tijd hebben genomen, zijn we ruim 5 uur bezig geweest. Het mooie van deze route is dat je in een cirkel rijdt.

Vanaf de Furkapas dalen we af richting Realp. Als je uitzicht op het dorp krijgt, moet je even goed opletten. Hier is namelijk de bekende sluipschuttersscène uit Goldfinger opgenomen. Fans hebben een bordje geplaatst op het exacte punt waar James Bond uitkijkt op Auric Goldfinger, die daar door Tilly Masterson wordt beschoten. Omdat een foto bij Hotel Belvédère zo’n cliché is, zetten we de CX-30 op deze historische filmspot op de foto.

Evaluatie van de SkyActiv-X in de bergen

Vijf minuutjes later komen we aan in Realp en rijden we via Andermatt naar Wassen, waar onze trip begon. Een rondje over deze drie passen is absoluut de moeite waard, en je hoeft er geen sportwagen of snelle motorfiets voor te hebben om ervan te genieten. Heel veel haarspeldbochten heeft deze route niet en het tempo ligt relatief laag. Dat maakt het leuk om de trip te maken in een gewone auto, zeker als je de route met de klok mee rijdt. Het is wel even opletten in de afdalingen; het komt aan op de juiste remtechniek in combinatie met het afremmen op de motor. En juist dat aspect van de SkyActiv-X-motor biedt in de bergen een groot voordeel. De motor heeft een hoge compressieverhouding en is daardoor in staat om beter dan gemiddeld op de motor af te remmen. Uiteraard kregen de remmen het tijdens deze trip wel degelijk voor hun kiezen, maar bij aankomst in Wassen zit er niet opvallend veel remstof op de velgen. Ook de mogelijkheid om de automatische transmissie handmatig te bedienen werkt uitstekend. De bak grijpt alleen in wanneer het toerental te laag wordt; voor het overige heb je als bestuurder de volledige controle.

Twaalf uur na ons vertrek ‘landen’ we weer in het Duitse Rheinfelden: een jaartje ouder en een hele ervaring rijker. En niet veel armer, want de CX-30 deed de hele trip op minder dan een halve tank brandstof. De SkyActiv-X heeft een meerprijs van zo’n € 2.000, en dat is relatief scherp voor de hoeveelheid techniek die je krijgt. Maar als je zelden in het buitenland komt, dan is de SkyActiv-G wellicht de economisch betere keuze. Maak je echter veel snelwegkilometers en wil je graag een levendige motor die past bij een sportievere rijstijl? Dan is de SkyActiv-X de aangewezen optie. Sterker, zuiniger en leuker om te rijden – zeker als je hem met een handbak kiest.

13 artikel(en) « van 13 »